Beguin en Jan Lauwerijssen ©AGDB
26 maart 2026

Consortium HIP GeLUK Utrecht: menukaart voor vruchtbare samenwerking

Vanuit het Nationaal Groeifonds kregen vijftien consortia vanaf 2023 extra geld voor samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven in de regio. Het doel: gezamenlijke grote stappen zetten om voldoende en goed geschoolde mensen op te leiden voor het mkb. In de regio Utrecht leidde dit op initiatief van de provincie tot het consortium HIP GeLUK, een samengaan van zes publiek-private samenwerkingen (PPS’en). Projectleider Marit Béguin: ‘We brengen onderwijs, onderzoek en het bedrijfsleven op een mooie manier en fysiek zichtbaar bij elkaar.’

HIP GeLUK (High Impact PPS Gezonde en duurzame Leefomgeving Utrecht Kennisconsortium) heeft als doel om de transitie naar duurzaamheid en techniek in de regio Utrecht te versnellen, met name voor het mkb dat zich daarmee bezighoudt. ‘Om het tekort aan vakmensen aan te pakken, leiden we met deze financiële injectie van het Nationaal Groeifonds mensen op en ontwikkelen we modules. Ook laten we vakken waarin duurzaamheid en techniek een rol spelen beter op de praktijk aansluiten’, legt Marit Béguin uit. Zij is projectleider vanuit Hogeschool Utrecht en verbonden aan PPS Centre of Expertise Smart Sustainable Cities.

Werven
Daarnaast verzorgt HIP GeLUK onder andere cursussen en opleidingen voor professionals, zoals de post-hbo opleiding integraal manager energietransitie, en sessies voor informeel leren. ‘In het mkb maken ondernemers zich zorgen over hoe nieuwe mensen te werven, maar ook hoe eigen mensen te behouden’, weet Béguin. ‘Via GeLUK kunnen ze in learning communities, onder andere rondom HR, kennis en ervaringen uitwisselen. Daarbij zie je het besef om het algemeen belang van de sector voorop te stellen. Dat het beter is dat een werknemer naar een concurrent vertrekt, dan dat zijn of haar kennis en ervaring voor de sector verloren gaat. Dat is een mooie ontwikkeling, en cruciaal voor de sector om te kunnen overleven.’

Praktische vraagstukken
De beste manier om een nieuwe generatie medewerkers aan je te binden, is contact maken mét die lichting. Wanneer studenten voor het mkb aan de slag gaan en opdrachten voor hen uitvoeren, ontstaat er mogelijk wederzijds interesse. HIP GeLUK heeft in dat kader in de regio tien Living Labs ingericht. ‘Hierin komen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven prachtig samen’, stelt Béguin. ‘Het bedrijfsleven kan er duurzaamheidsinnovaties waar ze zelf niet aan toekomen testen, en daarvoor gebruikmaken van mbo-, hbo- of wo-studenten. Voor deze studenten is het interessant om met praktische vraagstukken bezig te zijn, die mogelijk zelfs in de maatschappij zullen landen.’ Zo zijn studenten in Amersfoort bezig om een al eerder zelfgemaakt circulair huis om te vormen tot een 72-uurs huis. Bij dit huis is het de uitdaging te bedenken wat er allemaal nodig is om drie dagen te overleven wanneer de stroom is uitgevallen.

MKB Supportprogramma
De Living Labs zijn veelzijdig te gebruiken. Bedrijven kunnen er bijvoorbeeld hun batterijen of warmtepomp testen. Of onderzoeken of je met AI-coaching het gedrag van mensen kunt aanpassen. Béguin: ‘Daarvoor zetten we dan weer IT-studenten in. En zo breidt het programma zich organisch steeds meer uit.’ Om het mkb in de juiste richting te wijzen, is binnen HIP GeLUK het MKB Supportprogramma, een soort menukaart, ontwikkeld. Geclusterd in verschillende takken kunnen bedrijven daarmee het aanbod van alle consortiumpartners bekijken. ‘Een bedrijf ziet dan welke opties er zijn en komen uit bij die partner die het beste een bepaalde wens kan invullen. Ondertussen zijn we er binnen GeLUK al aan gewend om intern door te verwijzen, ook naar de private partijen. We weten steeds beter van elkaar wat we kunnen.’

Omvang
Een geslaagde studentenopdracht resulteert een jaar later niet automatisch in een nieuwe aanmelding van een onderneming. Dat vergt vaak opnieuw een investering. ‘Daarom is er een team van vaste contactpersonen samengesteld die het contact met de mkb-bedrijven continu onderhouden’, legt Béguin uit. ‘Bovendien heeft elk Living Lab een manager die datzelfde doet.’ Dat werkt: steeds meer mkb-bedrijven en opleidingen sluiten aan bij HIP GeLUK. De puzzel om vraag en aanbod goed bij elkaar te krijgen, vergt hierdoor wel wat extra uitzoekwerk. ‘Je moet altijd rekening houden met de omvang van een opdracht en of het past binnen een opleiding’, aldus Béguin. ‘Ondertussen weten bedrijven ook dat studenten slechts op een beperkt aantal momenten aan een opdracht kunnen beginnen.’

Verbindende factor
Een van de partners van HIP GeLUK is ROC Midden Nederland. Deelname van een roc was zelfs voorwaarde voor het ontstaan van dit consortium. Jan Lauwerijssen is docent op het Tech College in Nieuwegein, van waaruit PPS Vakcentrum Duurzame Energie wordt geleid: ‘Het mooie van HIP GeLUK is dat het bestaat uit mensen die een ideaal nastreven, namelijk een duurzame en gezonde leefomgeving. Dat is een sterke verbindende factor, die positief werkt op de onderlinge samenwerking.’ Voor zijn mbo-studenten past HIP GeLUK prima in het verlengde van wat hij en zijn collega’s feitelijk al enkele jaren doen: ‘Bedrijvenopdrachten zitten al vast in ons curriculum. Daardoor weten studenten vaak ook niet per se of iets wat ze doen bij HIP GeLUK vandaan komt. Dat vind ik ook niet belangrijk. Als ze maar enthousiast worden van het onderwijs zoals wij dat nu vormgeven.’

Stoel
In de opdrachten van HIP GeLUK wordt als het kan samenwerking tussen mbo- en hbo-studenten georganiseerd. ‘Dat is soms een worsteling, omdat je dan toch op elkaars stoel gaat zitten. Onderling moeten we dat als verschillende onderwijsinstellingen goed met elkaar afstemmen’, erkent Lauwerijssen. ‘We hebben bijvoorbeeld een aantal tien- of twintigweekse opdrachten uitgezet. Het is dan best ingewikkeld om dat voor beide studentengroepen goed in te richten, ook qua begeleiding. Gemakkelijker gaat dat bij de Sustainable City Challenges. Deze opdrachten, met altijd leefbaarheid als thema, duren telkens slechts een week. Dat voelt als een pressure cooker, waar ze dan samen in zitten en keihard aan de slag moeten. Dat werkt altijd prima.’

Toekomst
De huidige subsidie van het Nationaal Groeifonds loopt nog tot de zomer van 2027. Het Kabinet heeft net 57,4 miljoen euro vrijgegeven voor de tweede fase van het Groeifondsprogramma. Een mooie kans ook voor GeLUK. ‘We zijn tevreden over hoe onderwijs, onderzoek en ondernemingen meer tot elkaar komen’, betoogt Béguin. ‘Met het oog op de toekomst willen we dat natuurlijk in de volle breedte behouden. We zijn dan ook al druk bezig om er vaste plekken voor te vinden binnen het onderwijs, of in andere projecten.’

Beguin en Jan Lauwerijssen ©AGDB