Myriam Wedema en Arnold Blok ©AGDB
30 april 2026

‘Met de Entree-student haal je als bedrijf een fantastische en loyale assistent binnen’

In de zoektocht naar nieuwe werknemers zijn de studenten uit het pro-, vso- en Entree-onderwijs een groep die nog wat over het hoofd wordt gezien. De Wet van school naar duurzaam werk wil met meer begeleiding, ondersteuning en nazorg deze groep blijvend aan het werk krijgen. Het Zuid-Hollandse mboRijnland zet er onder de paraplu van Entree PPS krachtig de schouders onder: ‘Opleiden doe je niet meer enkel tot aan het diploma, maar tot en met de plek in de maatschappij.’

Arnold Blok is projectleider Entree PPS van mboRijnland: ‘De studenten in het Entree-onderwijs zijn een groeiende groep. Ze hebben nog geen diploma en daarmee nog geen startkwalificatie, maar wel talent. Door dat talent tot bloei te laten komen voorkom je dat ze langs de kant van de arbeidsmarkt komen te staan.’ Dat doet Entree PPS samen met haar publiek-private partners: gemeenten en bedrijven. Een zowel voor de hand liggende als noodzakelijke insteek. ‘Gemeenten willen deze jongeren niet perspectiefloos in de uitkering terecht zien komen. Bedrijven hebben gezien de krapte op de arbeidsmarkt deze jongeren nodig’, verklaart Blok. ‘We zien dat met name ontwikkelbedrijven, sociale ondernemers en bedrijven die ontwikkelen in het DNA hebben, passende kansen bieden voor deze doelgroep.’

Vanzelfsprekende partners
De wil is er, maar het ontbreekt vaak aan tijd voor begeleiding. Blok: ‘Daar kunnen wij als mbo-instelling dan weer bij helpen. Door samen te werken en samen de puzzel te leggen, kunnen we preventief in plaats van reactief zaken oplossen.’ Blok durft nog wel een stapje verder te gaan. Zo ziet hij ontwikkelbedrijven en mbo-instellingen als vanzelfsprekende partners van elkaar. Op deze manier komen ontwikkelen en begeleiden samen om de arbeidsmarkt te bedienen. ‘Ontwikkelbedrijven en mbo-instellingen hebben steeds meer een gemeenschappelijke propositie richting de gemeenten en richting de arbeidsmarkt.’

Stage is cruciaal
De Wet van school naar duurzaam werk (zie kader) is per 1 januari van dit jaar ingegaan. Blok beschouwt het als een flinke opdracht. Een eerste les is al geleerd: ‘Uit vooraf gehouden pilots kunnen we stellen dat voor de stap richting arbeidsmarkt of vervolgopleiding de stage het allerbelangrijkste is’, benadrukt Blok. ‘Degene die nu geen stage kunnen vinden, hebben later vaak moeite om een baan te vinden. Met de Entree-student haal je als bedrijf een fantastische en loyale assistent binnen, met het potentieel om zich verder te ontwikkelen. Gezien de krapte is het logisch dat de opleiding het nieuwe werven wordt, en stage dé voorbereiding op je baan.’

Contextrijke omgeving
Om de route naar werk tot stand te brengen, heeft mboRijnland al enkele mooie samenwerkingen met zijn partners ontwikkeld. Dit zijn hybride leeromgevingen waarin generieke vakken, praktijkvakken en stage met het werkveld worden vormgegeven en uitgevoerd. De student leert op de werkvloer in plaats van in het schoolgebouw en doet mee met de flow, de werktijden en werkzaamheden van de onderneming. De docent van mboRijnland geeft in de leeromgeving coaching én begeleidt tegelijkertijd de praktijkopleider. Begeleiding in een contextrijke omgeving is hier de sleutel. ‘Je leert niet uit een boekje, je leert door het te doen. Van werknemersvaardigheden tot het durven stellen van een vraag’, aldus Blok.

Deze manier van leren bevalt de studenten, zo blijkt onder andere uit hun hoge aanwezigheidspercentage. ‘Opmerkelijk voor een groep die zich op school gemiddeld toch altijd wat minder thuis voelde’, stelt Blok. Praktijkgericht onderzoek laat bovendien zien dat studenten zich vanuit een hybride leeromgeving beter voorbereid voelen op de stap naar werk en/of vervolgopleiding.

Horde
Voor bovenstaande en andere groepen werknemers is het vervolgens belangrijk om hun baan te kunnen behouden, mee te kunnen groeien en comfortabel te zijn in hun werkzaamheden. Dat is voor velen een behoorlijke horde om te nemen. ‘Zo’n 3 miljoen volwassenen hebben meer of minder een gebrek aan basisvaardigheden als lezen, schrijven, gecijferdheid en digitale competenties’, vertelt Myriam Wedema. Zij is voor mboRijnland projectleider van het LLO Collectief Midden-Holland. Dat is een van de 21 regionale LLO Collectieven die met hulp van het Nationaal Groeifonds zijn opgezet. Daarnaast is mboRijnland deelnemer aan het LLO Collectief van Holland-Rijnland.

Openstellen voor een leven lang ontwikkelen
Deze twee LLO Collectieven willen in de komende twee jaar van minimaal 560 deelnemers de basisvaardigheden verbeteren. Hiervan heeft ongeveer de helft Nederlands als eerste taal, de andere helft dus niet. De verdeling werkend/werkzoekend is eveneens ongeveer gelijk. ‘Wij zijn een netwerk van partijen dat zich inspant om deze basisvaardigheden voor lager opgeleiden te versterken. We willen werkzoekenden helpen uit te stromen naar duurzaam werk en werkenden ondersteunen in duurzame inzetbaarheid’, zo vat Wedema de opdracht samen. ‘We willen bereiken dat deze groep zelfverzekerder wordt en zich meer gaat openstellen voor een leven lang ontwikkelen. Wat op zich best lastig is, omdat het voor deze groep niet vanzelfsprekend is.’

Het geleerde is direct toepasbaar
Wegblijven van het onderwijsjargon rondom leven lang ontwikkelen is daarom aan te raden. ‘Je kunt het veel beter hebben over nóg beter worden in je werk’, legt Wedema uit. ‘Het gaat om het aanleren van zowel vak- als basisvaardigheden. In die zin is wat we ze samen met het werkveld leren ook altijd direct toepasbaar in hun werk. Dit zet hen hopelijk aan om op die manier extra vaardigheden aan te leren, misschien alsnog een diploma op een hoger niveau te gaan halen, of voor die andere baan te gaan.’

Laagdrempelige aanpak en passende oplossingen
Scholing wordt zoveel mogelijk modulair aangeboden (‘ook gebruikmakend van de kwalificatiestructuur van het MBO’, vult Blok aan) en afgestemd op de behoeften van deelnemers en verschillende branches. Wedema: ‘We zitten nog in de beginfase, maar het loopt. We kiezen een laagdrempelige aanpak voor zowel bedrijven als deelnemers. We vragen werknemers natuurlijk niet plompverloren of ze niet kunnen schrijven, maar bijvoorbeeld of iets op een pc weleens niet lukt. Zo breng je gesprekken op gang waarin je vervolgens door kunt vragen. Vooral bij mensen die Nederlands als eerste taal hebben en toch slecht kunnen lezen of schrijven, is er schaamte.’
Daarnaast herkennen bedrijven het gebrek aan basisvaardigheden bij hun medewerkers niet tijdig. Het LLO Collectief helpt hen dit te signaleren en draagt passende oplossingen aan. ‘Bedrijven willen hun mensen graag behouden’, weet Wedema. ‘Dat zal bij deze doelgroep echter zonder een verbetering van hun vak- en basisvaardigheden nauwelijks lukken. Het is mooi wanneer een ondernemer dat erkent en meedoet.’

De Wet van school naar duurzaam werk wil jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt beter helpen. Met de (verplichte) gezamenlijke ondersteuning van scholen, doorstroompunten en gemeenten wordt de overstap van onderwijs naar arbeidsmarkt verbeterd. De wet geldt voor jongeren tot 27 jaar van het mbo, vso, pro en voor vroegtijdig schoolverlaters.

Myriam Wedema en Arnold Blok ©AGDB