Hybride techniekopleiders kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het opleiden en behouden van technisch talent. Een nieuw visiedocument laat zien wat er nodig is om hun inzet minder afhankelijk te maken van losse initiatieven en structureel te verankeren in de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.
Hybride techniekopleiders combineren hun werk in het technisch bedrijfsleven met werkzaamheden in het onderwijs. Daarmee brengen zij actuele praktijkkennis het onderwijs in en leggen ze een directe verbinding tussen leren en werken.
Op veel plekken in Nederland wordt hier al ervaring mee opgedaan. De meerwaarde is zichtbaar, maar de inzet is nog vaak afhankelijk van individuele initiatiefnemers, regionale verschillen en tijdelijke oplossingen. De ambitie is daarom om de stap te maken van experiment naar structuur.
Het nieuwe visiedocument ‘Hybride techniekopleiders – Verbinders tussen technisch bedrijfsleven en techniekonderwijs’ brengt in beeld wat al werkt, waar knelpunten zitten en wat nodig is voor structurele inzet. Daarbij staan drie ontwikkelrichtingen centraal: een gedeelde visie op de rol van hybride techniekopleiders, structurele inbedding in beleid en samenwerking en een aantrekkelijk en herkenbaar loopbaanperspectief voor professionals.
Daarvoor zijn onderwijs, bedrijfsleven en overheid gezamenlijk aan zet. Bedrijven kunnen expertise beschikbaar stellen, onderwijsinstellingen kunnen hybride techniekopleiders gericht inzetten en de overheid kan bijdragen aan de juiste randvoorwaarden. Juist die samenhang is nodig om hybride inzet op te schalen en duurzaam te organiseren.
Het visiedocument is opgesteld namens de Werkgroep hybride techniekopleiders, onderdeel van het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek.