Régine van Lieshout en Dorien Vervest (r) @AGDB
25 juni 2026

Summa over de power van praktisch in LLO

Régine van Lieshout en Dorien Vervest van mbo-instelling Summa in Eindhoven houden niet van halve maatregelen. Van Lieshout, initiatiefnemer van De achthonderd en directeur Leven Lang Ontwikkelen, en Vervest, projectleider van De achthonderd, zijn samen met hun netwerkpartners verantwoordelijk voor een van de meest concrete voorbeelden van wat LLO in de praktijk kan betekenen. Niet als beleidsnotitie, maar als een doelgerichte methode om mensen in een kwetsbare positie te ondersteunen in het arbeidsproces.

Het begon met een observatie van Van Lieshout toen zij acht jaar geleden vanuit het sociaal domein overstapte naar Summa: ‘Ik zag zo’n prachtige infrastructuur in het mbo, maar naar verhouding heel weinig volwassenen. En al helemaal geen volwassenen in een kwetsbare positie.’ En dat terwijl er heel wat mensen uitvallen in onderwijs en werk, vaak door een gebrek aan basisvaardigheden. Terwijl er sprake was en is van een grote krapte op de arbeidsmarkt. Daar zag ze een mogelijkheid, maar het onderwijs moest dan wel anders. Flexibeler, vraaggerichter, korter en met meer oog voor het individu. Geen jaartraject op een vreemde locatie, maar een aanpak die past bij de werkplek en het leven van de kandidaat. Van Lieshout ging partners verzamelen: UWV, gemeenten, vakbonden, bedrijven en maatschappelijke partners. Zo ontstond in 2018 de publiek-private samenwerking (PPS) De achthonderd. De naam weerspiegelde de ambitie: 800 mensen in een kwetsbare positie begeleiden naar duurzaam werk.

Sinds 2026 maakt Zuidoost-Brabant met De achthonderd bovendien deel uit van het LLO Collectief: twintig regio’s die samen optrekken, werken aan nieuw aanbod, van elkaar leren en gezamenlijk doorbraken realiseren en agenderen bij landelijke partijen. Kwartaalbijeenkomsten, een denktank, het ministerie van OCW dat meeluistert. De beweging groeit.

Denk groot, begin klein en leer ondertussen wat werkt
In 2018 startte De achthonderd met vijfentwintig statushouders. ‘Groot denken en klein beginnen klinkt vanzelfsprekend,’ zegt Vervest, ‘maar in Nederland proberen we vaak alles tegelijkertijd te veranderen met iedereen. Dat gaat dus niet.’ In plaats van met de eindoplossing te starten, gingen ze aan de slag en leerden vanuit de praktijk. Continu reflecteren: werkt dit? Klopt dit aanbod? Moeten we iets aanpassen?
Inmiddels zijn er bijna 200 bedrijven betrokken bij het programma en tal van maatschappelijke organisaties. Ze zijn actief in techniek, logistiek, zorg en schoonmaak. De doelstelling van 800 kandidaten is allang bereikt. Van Lieshout: ‘Maak er maar gerust De achtduizend van, want we hebben onze ambities net bijgesteld.’

‘Wij leggen het fundament voor leven lang ontwikkelen. Dat is een publieke taak.’

De docent als brug
Wat deze aanpak onderscheidt van andere pogingen is het werken vanuit de kernwaarden nabijheid, daadkracht en gezamenlijkheid. Docenten geven les bij de bedrijven zelf. Programma’s ontstaan in co-creatie met werkgevers en zijn gericht op wat er in de beroepspraktijk nodig is. Vervest noemt een schoonmaakbedrijf dat een app introduceerde om medewerkers te helpen prioriteit te geven aan de meest gebruikte ruimtes. Klinkt handig, maar als iemand niet digitaal vaardig is, werkt de app niet. ‘Wij leren die medewerker niet alleen de app te gebruiken, maar we werken tegelijk aan de basisvaardigheden.’ Op de website van De achthonderd zien we wat de sessies digitale vaardigheid kunnen doen voor het zelfvertrouwen en de leergierigheid van kandidaten. ‘Mensen willen echt blijven leren, als je het goed aanpakt,’ zegt Vervest.

De kernwaarden klinken eenvoudig, maar de uitvoering vraagt om het doorbreken van behoorlijk wat structuren. Van Lieshout geeft een ander voorbeeld: een kandidaat uit de bijzondere bijstand kon niet starten met een opleiding omdat hij geen geld voor werkschoenen had. ‘Dan zorgen wij dat deze kandidaat toch kan starten door eenmalig zelf te investeren in schoenen. Wij willen drempels verlagen, juist voor deze doelgroep. Maar daarmee los je nog niets structureels op in het systeem.’ Dus kijken we continu naar wat je op welke schaal in het systeem te doen hebt om tot doorbraken te komen. Zo ging Van Lieshout naar aanleiding van dit voorbeeld in gesprek met de wethouder, die het beleid aanpaste. ‘Dat lijken kleine dingen, maar de impact is heel groot.’

Strategisch partner, geen leverancier
Het succes bij bedrijven is niet vanzelf gekomen. Summa werkt nauw samen met het Regionaal Werkbedrijf en is onderdeel van Brainport Voor Elkaar, de brede sociale agenda van de Brainportregio. Maar de sleutel, zegt Vervest, is de manier waarop ze contact leggen: ‘Wij stellen ons op als strategisch partner. Niet: wat kunt u bij ons kopen. Maar: wat zijn uw vraagstukken en hoe kunnen we dat samen aanpakken?’
En die vraagstukken zijn concreet. Veilig werken, communiceren op de werkvloer, omgaan met nieuwe technologie. ‘Als je continu bezig bent met zoeken naar mensen omdat ze weer weggaan of uitvallen, benut je hun talent niet, waardoor je ook het groeipotentieel van je bedrijf onvoldoende benut’. Bedrijven beginnen dat te snappen.

Toch is er ook een valkuil die Van Lieshout openlijk benoemt: ‘In het onderwijs zie je vaak dat mensen bij elke vraag van een bedrijf een maatwerkoplossing maken. Maar 80% is ook voor andere bedrijven bruikbaar.’ Schaalbaarheid en daarmee betaalbaarheid is daarom een van de bewuste keuzes in de aanpak.

Over het opbouwen van een PPS schreef Van Lieshout een praktisch handboek Leren Wat Werkt, inclusief wat er niet goed ging. ‘Want dat is net zo interessant.’

Het systeem als hobbel
De grootste hobbel blijft de financiering. Voor deze doelgroep is er in Nederland geen structurele bekostiging. Geen leerrecht en geen vanzelfsprekend budget. ’Voor mensen die een participatietraject volgen, is de onderwijscomponent cruciaal om duurzaam werk te verkrijgen,’ zegt Vervest. ‘Daar moet dus veel meer aandacht voor zijn.’ Van Lieshout is duidelijk over wat de overheid zou moeten doen: ‘Zorg dat er een fundament is voor mensen in een kwetsbare positie. Dat is een publieke taak, dus laat het niet aan de private markt over. De markt werkt immers niet voor iedereen.’

En de politiek? Van Lieshout signaleert te weinig interdepartementale samenwerking op het thema LLO. Sociale Zaken gaat over werkzoekenden, Economische Zaken over werkenden, Onderwijs over scholing voor de jeugd. ‘Terwijl de wereld vraagt om meer integraliteit. Er zijn nog heel wat systeemhobbels te nemen.’ Vervest voegt er lachend aan toe: ‘Ik zou heel graag het gesprek aangaan met drie ministeries tegelijkertijd over leven lang ontwikkelen. Die handreiking mag je in het stuk zetten. Een themaminister op LLO zou Nederland niet misstaan.’

Régine van Lieshout en Dorien Vervest (r) @AGDB