19 februari 2025

Technisch onderwijs in opmars in België

Het aantal leerlingen in het Technisch Secundair Onderwijs (TSO) en Beroepssecundair Onderwijs (BSO) is in de afgelopen vijf jaar met meer dan 20% gestegen, zo meldde De Tijd op 16 januari. De stijging is niet alleen zichtbaar in het aantal leerlingen, maar ook in het aantal meisjes dat deze richtingen kiest – een trend die sneller groeit dan bij jongens. Is deze ontwikkeling bijzonder voor België? En wat kunnen we in Nederland hiervan leren?

We vroegen het Vickie Dekocker, beleidsadviseur onderwijs en arbeidsmarkt bij Agoria, de grootste werkgeversfederatie van Vlaanderen. Zij vindt de cijfers interessant, maar benadrukt dat het nog te vroeg is om van een echte doorbraak te spreken. De stijging noemt ze eerder een “lichtpuntje” dan een algehele doorbraak. Hoewel er een lichte stijging is in het aantal leerlingen dat kiest voor technisch onderwijs, blijkt uit de uitstroomcijfers dat veel van deze studenten na hun afstuderen moeite hebben om hun weg naar de arbeidsmarkt te vinden. De oorzaak hiervan ligt deels in de mismatch tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. In België ontbreekt het vaak aan een goede verbinding tussen het onderwijs en de bedrijfssector, wat de kansen voor leerlingen om werk te vinden na hun studie verkleint.

Vergelijking met Nederland: flexibiliteit en samenwerking
Volgens Dekocker zijn er enkele belangrijke verschillen tussen België en Nederland in de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. In Nederland hebben jongeren meer flexibiliteit om van studierichting te veranderen, wat hen de mogelijkheid biedt om hun studiepad aan te passen als blijkt dat hun keuze niet optimaal is. Dit vergroot de kans dat ze uiteindelijk een richting kiezen die hen beter voorbereidt op de arbeidsmarkt. Daarnaast is de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven in Nederland veel verder ontwikkeld en structureler. Bedrijven spelen een actieve rol in het opleiden van jongeren, en het systeem van ‘hybride leerkrachten’, waarbij professionals uit de industrie lesgeven, versterkt de aansluiting van het onderwijs op de praktische eisen van de arbeidsmarkt. In België is deze samenwerking vaak meer informeel en gebaseerd op lokale initiatieven, waardoor de afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven minder breed en gestructureerd is. Het verschil in de mate van verankering van deze samenwerking in de onderwijscultuur maakt dat Nederland sneller en effectiever kan inspelen op veranderingen in de arbeidsmarkt.

Onderwijshervormingen in België en het Talent Center
In België wordt de stijging in het aantal leerlingen in technisch en beroepsonderwijs ook toegeschreven aan de hervormingen die sinds 2019 zijn doorgevoerd. De hergroepering van studierichtingen op basis van duidelijke finaliteiten – doorgroeien naar hoger onderwijs, de arbeidsmarkt, of een combinatie van beide – maakt technische en beroepsopleidingen steeds meer erkend als volwaardige keuzes. Dit biedt niet alleen praktische vaardigheden maar ook doorgroeimogelijkheden naar verder onderwijs. De hervorming zorgt ervoor dat ouders en leerlingen een beter overzicht hebben van de mogelijkheden om door te stromen naar hoger onderwijs of zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Technisch onderwijs wordt steeds meer gepromoot als een combinatie van theoretische kennis en praktische vaardigheden die direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. De groeiende vraag naar technisch geschoolde profielen in sectoren zoals zorg, bouw, logistiek en technologie heeft de beeldvorming op het TSO en BSO positief beïnvloed.

Dekocker noemt het Talent Center als zeer interessant initiatief in België. Het helpt jongeren een beter geïnformeerde keuze te maken over hun studie door gebruik te maken van evidence-based testen. Deze testen beoordelen zowel cognitieve als motorische vaardigheden en worden uitgevoerd in de laatste jaren van de lagere school of het tweede jaar van het middelbaar onderwijs. Het Talent Center draagt bij aan een betere afstemming van studiekeuzes op de werkelijke talenten van de jongeren, waardoor de kans kleiner wordt dat zij van richting veranderen en zonder diploma het onderwijs verlaten. Het is ook objectief en dan maakt dat ook ouders beter geneigd zijn het advies te volgen. Het Talent Center wordt sinds de start, zo’n twee jaar geleden, door heel veel scholen al gebruikt. De verwachting is dat dit alleen nog maar zal toenemen. Een positieve ontwikkeling, aldus Dekocker.