16.4.2026 | Wimar Bolhuis tijdens de AGDB-bijeenkomst over arbeidsproductiviteit ©AGDB
30 april 2026

De robot alleen redt het mkb niet

Een robot. Een AI-tool. Een digitaal systeem. In veel werkplaatsen rijdt de vernieuwing letterlijk naar binnen. 57 Procent van de werkgevers zet technologie in om werk sneller, slimmer of lichter te maken, blijkt uit de Werkgevers Enquête Arbeid van TNO en CBS. Toch strandt innovatie vaak op de werkvloer. Volgens Wimar Bolhuis, directeur Werk bij TNO, komt dat doordat bedrijven te vaak bij techniek beginnen. De echte winst zit in mensgerichte technologie, betere werkprocessen en samenwerking in de keten.

‘We kennen allemaal voorbeelden van werkplaatsen en mkb-bedrijven waar machines naar binnen zijn gereden, maar waar na een paar weken het robot-hulpje toch ergens in de hoek ligt,’ zegt Wimar Bolhuis, directeur Werk bij TNO. ‘Het ligt een beetje te verstoffen, want het kan toch het werk van een mens niet nadoen.’ Dat klinkt als een technische mislukking. Bolhuis ziet iets anders. Niet de robot faalt. De aanpak faalt. Bedrijven zoeken productiviteitswinst in AI, robots en digitale tools. Maar volgens TNO begint innovatie niet bij de techniek zelf. Die begint bij mensen, werkprocessen en samenwerking in de keten.

Mens eerst
‘Zelfs bij TNO, waar we overtuigd zijn van het belang van technologie voor het verhogen van de arbeidsproductiviteit en onze experts werken aan de ontwikkeling en toepassing van technologieën en innovaties, zien we ook iets anders,’ zegt Bolhuis. ‘Klanten willen vaak technologie van ons. Dan gaan we het gesprek aan en blijkt: technologie is maar een deel van de oplossing. Het grootste vraagstuk is de organisatie. Zonder te kijken naar de organisatie en de mensen, gaat technologie geen impact hebben. In de projecten die we uitvoeren zie je dat keer op keer.’ Werkgevers zetten steeds vaker technologie in: Bolhuis noemt 57 procent. Dat klinkt als goed nieuws. Maar inzet zegt nog niets over succes. Wie alleen een systeem koopt, mist de kern. TNO kijkt daarom naar drie pijlers: mensgerichte technologie, skills en inzetbaarheid van medewerkers, en de slimme organisatie van werk en ketens. Daar ziet Bolhuis nog gaten en kansen om te komen tot daadwerkelijke productiviteitswinst die ook op langere termijn leidt tot een betere kwaliteit van werk. ‘Driekwart van de bedrijven is al begonnen,’ zegt hij. Maar hiermee starten is iets anders dan dat het succesvol is.
TNO pleit voor een versnelde inzet van robotisering en automatisering voor het verhogen van de arbeidsproductiviteit en om het verdienvermogen van Nederland veilig te stellen. Van groot belang dus dat organisaties hierop inzetten. Maar de echte vraag luidt dus niet: welke robot hebben we nodig? De vraag luidt: waar loopt het werk vast? Welke kennis verdwijnt? Welke fouten keren terug? Welke medewerker krijgt het zwaarder? En welke partij in de keten moet mee? ‘De vraag is te vaak: kunnen we iets met AI doen? Kunnen we iets met een robot? Maar de echte vraag luidt: wat is de uitdaging, hoe kan technologie daarbij helpen, hoe moeten mensen en organisaties daarbij helpen en wat betekent dat voor innovatie?’

Proces telt
Daar zit de economische les voor het mkb. Veel bedrijven investeren in een machine en hopen op productiviteitswinst. Bolhuis: ‘Verbetering van de productiviteit realiseer je alleen door ook te kijken naar de werkprocessen zelf. Je kunt veel winst behalen met het stroomlijnen van het bestaande werkproces, en niet zozeer alleen met de invoering van nieuwe technologie.’
Minder looptijd. Betere standaardisatie. Slimmer plannen. Duidelijker instructies. Minder fouten. Kortere doorlooptijden. Minder afhankelijkheid van schaarse vakmensen. Medewerkers die langer inzetbaar blijven. Dat klinkt minder sexy dan AI, maar met AI alleen kom je er niet. TNO kijkt daarom breed naar werk. ‘Onze taak is om te kijken naar de toekomst van werk,’ zegt Bolhuis. ‘Hoe kunnen we werken productiever, gezonder en duurzamer maken?’ Daarna volgt de zin die blijft hangen: ‘De minst productieve werknemer is een zieke werknemer.’
Arbeidsproductiviteit gaat dus niet alleen over sneller werken. Het gaat ook over volhouden en kwaliteit van werk. Technologie kan werk lichter maken, maar ook zwaarder blijkt uit onderzoek van TNO. AI kan routinetaken overnemen, waardoor medewerkers juist de complexe, mentaal zware klussen overhouden. Dan stijgt de druk. Dan daalt op termijn de inzetbaarheid. Dan verliest het bedrijf alsnog productiviteit.

Werkvloer leert
‘Het toverwoord is mensgerichte technologie,’ zegt Bolhuis. ‘We moeten technologie aanpassen aan mensen. Je moet eerst het gesprek met de mensen aangaan. Vaak werkt het pas als je de medewerker eerst laat vertellen hoe hij zijn werk doet, wat hij nodig heeft en hoe je dat het beste met de machine kunt nabootsen.’
Een sterk voorbeeld komt uit digitale werkinstructies. In veel productiebedrijven werken mensen nog met papier. Of de kennis zit in het hoofd van ervaren medewerkers. Dat wringt door personeelstekort, arbeidsmigratie, taalverschillen en vergrijzing. ‘Veel werkinstructies in bedrijven staan op papier,’ zegt Bolhuis. ‘Je kunt je niet voorstellen hoeveel papieren werkinstructies er rondslingeren, terwijl een productieproces aan de gang is. En hoeveel werkinstructies gewoon in de hoofden van ervaren medewerkers zitten.’ Digitale instructies halen die kennis naar de werkvloer. Niet in een cursuslokaal, maar tijdens het werk. Stap voor stap. Met beeld, geluid, projectie, schermen of andere ondersteuning. In verschillende talen. Herhaalbaar. Meetbaar. Praktisch.

Twee niveaus
Neem VDL Groep, het grote internationale industriële familiebedrijf uit Eindhoven. Daar zag TNO in een experiment wat digitale werkinstructies kunnen doen. ‘De uitdaging was: VDL kan geen mbo-4-studenten krijgen. Dus je moet naar mbo-2 kijken,’ zegt Bolhuis. ‘Met digitale werkinstructies kun je hen op het niveau van mbo-4 laten produceren. En ook mbo-4 gaat omhoog.’ Dat is geen kleine stap. Het scheelt twee opleidingsniveaus. ‘Je krijgt er eigenlijk twee opleidingsniveaus bovenop met goede werkinstructies,’ zegt Bolhuis. ‘Je gaat van mbo-2 naar mbo-3 of mbo -4. Dat had je nooit in de schoolbank kunnen leren. Je leert on the job, met goede instructies.’Daar raakt technologie aan leercultuur. Niet eerst jaren scholing en daarna produceren, maar leren terwijl het werk doorgaat. Voor het mkb telt dat zwaar. Kleine bedrijven hebben geen tijd, geld en mensen over. Ze kunnen niet zomaar iemand vrijmaken voor innovatie.

Mkb knelt
‘Het belangrijkste verschil zit in kapitaal en tijd,’ aldus Bolhuis. ‘Bij grote bedrijven zie je meer kapitaal, meer tijd en meer schaal. Bij kleine bedrijven ligt dat anders. Het is lastig om iemand vrij te maken voor innovatie. De investeringskosten zijn relatief hoog, financieel en in tijd. En er is minder kennis beschikbaar.’ Daarom redt één ondernemer het niet alleen. Niet ieder mkb-bedrijf kan zelf een innovatielab bouwen. Niet iedere ondernemer kan zelf technologie testen, medewerkers opleiden, processen herontwerpen en beleid vertalen naar de werkvloer. Daar komt de ketenaanpak in beeld. Bolhuis pleit voor shared innovation. ‘Als je meer met mkb-bedrijven aan de slag wilt, moet je shared innovation-constructies maken,’ zegt hij. ‘Je moet gezamenlijk innoveren, omdat je kosten, tijd en kennis kunt delen. Dat maakt het voor het mkb aantrekkelijker.’

Kennis delen
Sharebouw laat zien hoe dat werkt. ‘Daarin werken bouwbedrijven, projectontwikkelaars, toeleveranciers onderwijsinstellingen, kennisinstellingen en lokale overheden samen. In vier regionale centra: Noord, Zuid, West en Oost. Daar wordt kennis gedeeld. We zien dat de opschaling van technologie sneller gaat doordat je samenwerkt en de keten er is.’
Ook bij Future of Physical Work kiest TNO voor die route. ‘Dat doen we samen met bedrijven, de ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken en de sociale partners,’ zegt Bolhuis. ‘We zetten regionale centra op waar bedrijven samenwerken om zwaar werk minder zwaar te maken.’
‘Het gaat niet alleen om technologie,’ vindt Bolhuis. ‘Het gaat niet alleen om de mens. Het gaat ook om de keten, waarin je met elkaar innovatief bent.’

Anders beginnen
Wie arbeidsproductiviteit wil verhogen, moet dus niet starten bij de robot maar bij de organisatie en de medewerkers. ‘Het belangrijkste misverstand over innovatie gaat over technologie,’ zegt Bolhuis. ‘Innovatie is veel meer dan technologie. Je zou eigenlijk moeten praten over mens push, organisatie push of samenleving push: wat is daar nodig en hoe kun je daarop inspelen?’ Met dat als startpunt werkt TNO, samen met sectoren en bedrijven, aan technologie die echt werkt en bijdraagt aan zowel hogere productiviteit als aan duurzaam inzetbare medewerkers.
De robot in de hoek vertelt niet dat technologie faalt. Hij vertelt dat we beter naar de werkvloer moeten luisteren. Wie dat doet, maakt innovatie pas echt productief.

16.4.2026 | Wimar Bolhuis tijdens de AGDB-bijeenkomst over arbeidsproductiviteit ©AGDB