23 september 2025

Onderwijsinnovaties slagen alleen met ondersteuning, faciliteiten en betrokkenheid

Innovaties in het onderwijs zijn cruciaal om de kwaliteit van leren te verbeteren, maar het duurzaam verankeren van vernieuwing, innnovatie en interventie in scholen blijft een uitdaging. Veel innovaties verdwijnen zodra de initiële begeleiding, subsidie of kartrekker wegvalt. Uit het onderzoek The sustainability of educational innovations (Anne Tappel, 2024) blijkt welke factoren bepalend zijn voor het blijvend succes van innovaties en hoe scholen dit praktisch kunnen ondersteunen.

Het starten van een innovatie is vaak relatief eenvoudig; het volhouden ervan is veel lastiger. Scholen introduceren innovaties om de onderwijskwaliteit te verbeteren, die verder gaan dan een praktische aanpassing van de bestaande manier van werken. Bijvoorbeeld door datagebruik in te zetten om leerprocessen te analyseren en te sturen. Toch verdwijnen veel van deze vernieuwingen na afloop van het project of na het stoppen van externe begeleiding. Tappel onderzocht specifiek de data team methode, waarbij docenten en schoolleiders gezamenlijk gestructureerd een doel stellen. data verzamelen, analyseren en passende verbetermaatregelen implementeren en evalueren. Ze volgde de implementatie over een langere periode.

Uit het onderzoek bleek dat de duurzaamheid van de interventie niet overal hetzelfde is en dat deze op verschillende manieren kan worden vormgegeven: het gaat zowel om het blijven uitvoeren van een methode als om het vasthouden van de onderliggende doelen van de innovatie. Tappel onderscheidde vier typen duurzaamheid bij scholen die met de data team methode werkten:

  • Niet duurzaam (24%): de datateams stopten en de methode werd niet verder gebruikt.
  • Duurzaam op de methode (24%): het oorspronkelijke datateam bleef grotendeels actief en de kernonderdelen van de methode werden uitgevoerd, soms met kleine aanpassingen.
  • Duurzaam op het onderliggende doel (31%): er waren geen actieve datateams meer, maar individuele teamleden gebruikten de manier van werken nog wel om systematisch doelen te stellen, gegevens te verzamelen en acties te evalueren.
  • Duurzaam op methode én doel (21%): de datateams bleven actief en de kernprincipes van de methode werden breed toegepast, wat wijst op een diepere verankering in de dagelijkse schoolpraktijk.

Belangrijkste onderzoeksbevindingen
Het onderzoek laat zien dat drie factoren het succes van onderwijsinnovaties sterk beïnvloeden:

  1. Ondersteuning door schoolleiders: actieve betrokkenheid bij het ontwikkelen van de vaardigheden van docenten en duidelijke richting geven voor de innovatie vergroten de kans op duurzaamheid. Scholen die op het onderliggende doel duurzaam waren, gaven vaak gepersonaliseerde ondersteuning. Onderdeel van de ondersteuning omvat de
  2. Facilitering in tijd en middelen: wanneer docenten daadwerkelijk tijd en middelen krijgen om met de innovatie te werken, wordt het belang ervan onderstreept en is de kans groter dat de innovatiestructureel wordt verankerd.
  3. Positieve houding van docenten: deze wordt ingegeven door de mate waarin de docent de innovatie van belang acht voor de eigen leerlingen. Een positieve houding kan ook ontstaan tijdens de innovatie zelf, bijvoorbeeld door het ervaren van succes en effectiviteit van de interventie.

Tappel concludeerde duurzaamheid start vóór implementatie van de innovatie, , maar dat deze ook tijdens de implementatie verder ontwikkeld en versterkt kunnen worden. Scholen die aandacht besteden aan deze elementen vergroten de kans dat innovaties na het einde van een subsidie of project blijvend worden gebruikt.

Om scholen te ondersteunen bij het structureel verankeren van innovaties, ontwikkelde Tappel de Duurzaamheidsmeter. Met dit (gratis) instrument kunnen scholen zowel eenvoudige initiële oplossingen implementeren (zoals het verduidelijken van formats), kortetermijnmaatregelen (coördinatie en communicatie binnen teams), als langetermijnstrategieën (complexere aanpassingen die meerdere innovaties of organisatorische lagen raken). Zo worden verbeteringen in het onderwijs niet tijdelijk, maar blijvend, met als uiteindelijk doel het leren van leerlingen duurzaam te versterken.