Column
Op 11 september 2025 kwamen Europese ministers, sociale partners en de Europese Commissie bijeen in Denemarken om de Herning-verklaring te ondertekenen. Met dit akkoord spreken zij af om het beroepsonderwijs in Europa aantrekkelijker, inclusiever en toekomstbestendiger te maken. Daarmee wordt voortgebouwd op de Osnabrück-verklaring en ingespeeld op nieuwe uitdagingen zoals technologische ontwikkelingen en tekorten op de arbeidsmarkt.
De Herning-verklaring komt op een moment waarop Europa geconfronteerd wordt met grote veranderingen: de steeds snellere digitale transitie, de urgentie van klimaatmaatregelen, een veranderende bevolkingssamenstelling en hardnekkige tekorten aan vakmensen in veel sectoren. Om die uitdagingen het hoofd te bieden, moet het beroepsonderwijs aantrekkelijker, inclusiever en toekomstbestendiger worden.
In Herning spraken daarom alle 27 EU-lidstaten, de negen kandidaat-lidstaten en ook IJsland, Liechtenstein en Noorwegen af concrete doelstellingen vast te leggen en nationale actieplannen op te stellen. Het gaat nadrukkelijk om uitvoering en meetbare vooruitgang, waarbij Europese instellingen zoals Cedefop en de European Training Foundation zullen helpen resultaten te monitoren en kennis uit te wisselen.
De nieuwe verklaring bouwt voort op wat in Osnabrück werd afgesproken. In 2020, midden in de coronapandemie, lag de nadruk op herstel en vernieuwing. Ministers en sociale partners benadrukten toen het belang van flexibeler en inclusiever onderwijs, een sterke leercultuur voor jong en oud, het verankeren van duurzaamheid en het versterken van internationale samenwerking.
Deze thema’s blijven ook onder de Herning-verklaring belangrijk, maar krijgen een extra dimensie. Zo staat het verbeteren van de aantrekkelijkheid van beroepsonderwijs nu stipt op één. Waar Osnabrück vooral visie bood, gaat Herning meer over versnelling en praktische uitvoering. Ook wordt sterker ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, demografische verschuivingen en de acute tekorten aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren.
Voor het beroepsonderwijs betekent dit dat opleidingen zich nog beter moeten afstemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt, terwijl er ook oog moet zijn voor gelijke kansen en inclusie. Het gaat er niet alleen om jongeren voor te bereiden op een beroep, maar ook volwassenen kansen te bieden om zich om- of bij te scholen. Daarmee wordt een cultuur van Leven Lang Ontwikkelen verder versterkt. Bovendien krijgt het beroepsonderwijs een prominentere rol in de groene en digitale transities die de komende jaren bepalend zullen zijn voor de Europese economie.
De Herning-verklaring is dus geen breuk met het verleden, maar een stap vooruit. Het beroepsonderwijs wordt daarmee niet alleen een fundament onder economische groei en herstel van de coronapandemie, maar ook een motor voor een eerlijker, groener en innovatiever Europa.
Fleur Korte is Projectleider bij PTvT, waar ze werkt aan twee Centres of Vocational Excellence: CoVE STEM Europe en CoVE SEED. Werkzaam vanuit Brussel, volgt zij de ontwikkelingen van het EU-beleid met betrekking tot STEM-onderwijs en -vaardighedenstrategie op de voet.