Wouter van de Loo - ©AGDB
27 november 2025

‘Statushouders zijn zeer serieuze en loyale werknemers’

Het is een bekend verhaal: tot 2030 zijn in de energietransitie ongeveer 30.000 extra technici nodig. De vier landelijke netwerkbedrijven TenneT, Stedin, Enexis en Alliander zochten gezamenlijk naar mogelijkheden om samen met hun ketenpartners extra werknemers te vinden. Ze kwamen onder andere uit bij statushouders en zij-instromers en dat lijkt goed te werken.

Dat je alleen met wervingsmachines, productieverhoging, innovatie en verslimmen het personeelstekort niet oplost, weet Wouter van de Loo als geen ander. Namens TenneT, Stedin, Enexis en Alliander is hij verantwoordelijk voor het plan Opschaling 2030. ‘We moeten daarom op zoek naar groepen potentiële werknemers die ons niet goed weten te vinden. In de wetenschap dat het logischerwijs meer inspanning zal kosten om ze op te leiden en te laten instromen.’

Werkloos
Opschalingsplan 2030 heeft een streefaantal van 5.000 nieuwe krachten in 5 jaar in het achterhoofd. Daarbij wordt gedacht aan 4.000 zij-instromers, maar ook aan in totaal 1.000 statushouders die affiniteit hebben met de technische sector. ‘Als maatschappelijk verantwoorde sector willen wij graag bijdragen aan de arbeidsparticipatie van statushouders. Bovendien is het een groep die niet op de woningmarkt drukt, omdat ze al recht hebben op een woning. Anders is dit bij extra vakkrachten uit het buitenland.’ Momenteel zitten vele duizenden statushouders werkloos thuis. De meesten van hen zouden maar wat graag aan het werk zijn en een bijdrage leveren, is Van de Loo’s ervaring.

Studietempo
Tegelijkertijd is het een groep die niet altijd gemakkelijk aan het werk kan. Van eerdere ervaringen tijdens het bijscholen of omscholen van deze mensen is bekend dat ze vooral bij de start het studietempo niet kunnen bijbenen. Dat heeft te maken met twee aspecten, stelt Van de Loo: ‘Het verschil tussen hoe techniek wordt toegepast in hun eigen land en in Nederland en hun beperkte kennis van de Nederlandse taal.’ Daarbij kun je geen oogje toeknijpen, benadrukt Van de Loo: ‘Het gaat om veiligheid. Zij moeten precies doorgronden wat een opdracht inhoudt en elkaar onderling begrijpen. Anders kan het serieus misgaan.’

Hoe dan ook, wanneer statushouders langer over hun opleiding bij de bedrijfsscholen doen, gaat dat ten koste van de schaarse opleidingscapaciteit. Van de Loo: ‘Om dat te voorkomen gaan we hen eerst intensief op deze twee aspecten bijspijkeren. Soms een half jaar, soms misschien langer. Genoeg in ieder geval om vervolgens de technische opleiding erna in een normale doorlooptijd af te kunnen ronden.’

Instroomprofiel
Na deze extra investering aan de voorkant verwacht Van de Loo dat bedrijven absoluut staan te springen om hen in dienst te nemen. Niet alleen omdat ze het werk beheersen: ‘Hoe waardevol is het niet voor je onderneming om inclusief te zijn, diversiteit in je team te hebben? En tel daar nog bij op dat je met statushouders serieuze en zeer loyale werknemers in huis krijgt, die hun kans absoluut willen pakken.’ Dat het een extra investering kost, daar zal de energiesector sowieso aan moeten wennen. Voor het aloude instroomprofiel, mbo-elektrotechniek of gas, niveau 2 of 3 en soms 4, kiezen op scholen nog maar weinig leerlingen. Dus zijn voor die andere 4.000 werknemers van Opschalingsplan 2030 ook extra’s nodig. Van de Loo: ‘Dat zijn zij-instromers, een minder scherp gedefinieerde groep. Vaak wel met een technische opleiding of in ieder geval met affiniteit met techniek.’

Chef-kok
Toch wordt Van de Loo af en toe nog verrast: ‘We hebben bijvoorbeeld een chef-kok op de opleiding gehad, die geen plezier meer in zijn werk had. Hij is ingestroomd als leerling-monteur en is een van onze beste leerlingen. Hij kan heel goed onder druk presteren en heeft geen moeite met strikt protocollen afwerken. Verder bezit hij de skills om heel precies te kunnen werken. Daarom kijken we steeds minder naar vooropleiding, en meer naar skills.’ Met als streven om zij-instromers, vanwege hun diverse achtergrond, als het kan maatwerktrajecten aan te bieden en ze modulair proberen op te leiden. ‘Zodat je ze zo precies mogelijk aanreikt wat ze nog nodig hebben’, vertelt Van de Loo. ‘Dankzij de klimaatfondssubsidie hebben we meer ruimte om deze opleidingsuitdaging aan te gaan.’

Gelijkwaardige samenwerking
Hoe dit alles in de praktijk werkt, laat Infra Talenten zien. Dit is een samenwerkingsverband van bijvoorbeeld aannemers en netwerkbedrijven, verspreid over diverse regio’s in het land. Zij bieden een betaalde BBL-opleiding aan voor een baan in de ondergrondse infrastructuur. Kandidaten werken bij een van die bedrijven en volgen praktijkgerichte lessen bij een bedrijfsschool in hun buurt. Van de Loo: ‘Je hebt een landelijke kern, zoals wij met alle netbeheerders en de aannemerij, maar je moet het vervolgens regionaal uitrollen. Daar zit de kracht. Mensen kennen elkaar, weten wat ze aan elkaar hebben en kunnen beslissingen nemen. Zo zitten we met z’n allen aan het stuur, in een gelijkwaardige samenwerking. We krijgen zo kandidaten aan het werk en kunnen statushouders een goede vooropleiding geven.’ Tot slot denkt Van de Loo dat met name de gelijkwaardigheid van deze insteek ook andere technische sectoren kan helpen. ‘Op voorwaarde dat we hiermee succes hebben, kan het voor hen zeker inspirerend werken.’

Grotere belang
Wat in theorie logisch klinkt, is in de praktijk niet meteen gemakkelijk, weet ook Van de Loo: ‘Als werk in een flow komt, kunnen we veel verzetten. Maar het blijft een uitdaging om het hele systeem op elkaar afgestemd te houden. We moeten samen schalen, het werk moet er op tijd zijn. Aannemers moeten loslaten dat ze feitelijk concurrenten zijn. Met het grotere belang voorop: samen erin slagen om al die mensen die we extra nodig hebben te zoeken en opgeleid te krijgen.’

Drijfveer
Opschalingsplan 2030 gaat ervan uit dat voldoende werknemers de komende jaren de switch naar een baan in de energietransitie willen maken. Van de Loo: ‘Ons werk heeft maatschappelijke relevantie. We betalen goed, maar merken dat dit voor deze mensen niet per se de drijfveer is. Een intrinsieke bijdrage leveren aan de vergroening van Nederland en het bijdragen aan de klimaatuitdagingen spelen veel eerder een bepalende rol.’

Wouter van de Loo - ©AGDB