Lysanne Scheijbeler - ©AGDB
27 november 2025

Inclusie is geen sociale plicht, wel een motor voor innovatie

Dagelijks ziet Lysanne Scheijbeler wat veel werkgevers nog over het hoofd zien: talent dat wacht om gezien te worden. Als hubmanager van de Technohub Inclusieve Technologie (TINT) in Apeldoorn laat ze zien hoe technologie en maatwerk deuren openen die lang gesloten bleven. ‘We zijn een publiek-private samenwerking,’ zegt ze, ‘die zich inzet voor beter werk voor het arbeidspotentieel. Hoe kunnen we met innovatieve technologie en procesoptimalisatie meer mensen aan het werk helpen die nu nog buiten de arbeidsmarkt vallen.’

Dat is geen luxe, maar noodzaak. Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat in Nederland ongeveer 600.000 mensen met een beperking onnodig langs de zijlijn staan. Terwijl werkgevers kampen met personeelstekorten, blijven deze werknemers onzichtbaar. Oorzaak: starre functieprofielen, gebrek aan maatwerk en hardnekkige overtuigingen over wat iemand wél of niet kan. ‘Veel werkgevers zien nog vooral de extra inspanning, niet de opbrengst,’ ondervindt Lysanne Scheijbeler. ‘Die denken: dat kost begeleiding, dat past niet in onze werkprocessen.’
Toch blijkt het tegendeel waar. Bedrijven die ruimte maken voor aanpassing en begeleiding, krijgen er betrokken medewerkers en frisse ideeën voor terug. ‘Als je anders naar taken kijkt,’ zegt Scheijbeler, ‘blijkt er juist heel veel mogelijk.’ Inclusie blijkt geen sociale plicht, maar een motor voor innovatie.

Technologie als sleutel
Binnen TINT draait alles om de verbinding tussen mens en techniek. ‘We ontwikkelen zelf geen technologie, maar we kijken welke oplossingen in de praktijk werken, met de focus op drie vlakken,’ legt Scheijbeler uit. ‘Fysieke, psychosociale en cognitieve ondersteuning.’ Dat levert uiteenlopende projecten op, van sociale robotica tot stressmonitoring en ondersteunende apps.
Eén van de meest aansprekende innovaties is het Operations Support System, waarbij werkinstructies via een beamer op de werktafel worden geprojecteerd. ‘Een warmtecamera volgt in real time de handelingen,’ zegt ze. ‘Zo kan iemand alleen een complex proces doorlopen. Dat geeft zelfstandigheid, autonomie en voldoening.’
Een ander project heet Speaksee. ‘We kregen een vraag over een man die op latere leeftijd doof was geworden,’ vertelt Scheijbeler ‘Hij kende geen gebarentaal en kon daardoor niet goed functioneren op zijn werk. We hebben een systeem getest dat gesproken tekst live omzet in woorden op een scherm. In vergaderingen leest hij nu gewoon mee. Hij werkt nu bij het Kadaster. Dat is precies wat inclusieve technologie doet: niet de uitzondering creëren, maar het werk slimmer inrichten.’

Leren door te doen
In de hub werken bedrijven, gemeenten, onderwijsinstellingen en onderzoekers als één geheel. ‘Iedereen brengt iets anders in,’ zegt Lysanne Scheijbeler’ ‘Bedrijven komen met hun vraag, gemeenten met kennis van de doelgroep, het onderwijs levert studenten en docenten en onderzoekers zorgen voor verdieping.’
Die samenwerking vindt plaats in de praktijk, niet aan vergadertafels. ‘We beginnen meestal bij een concrete casus,’ legt ze uit. ‘Een bedrijf dat twintig vacatures open heeft staan, of een consulent met een kandidaat die vastloopt. Dan gaan we samen kijken wat werkt.’
Zo ontstond het project bij Schoneveld Breeding in Wilp, waar medewerkers kampten met rug- en schouderklachten. ‘We zijn met onderzoekers, studenten en het bedrijf zelf op onderzoek uitgegaan,’ vertelt Scheijbeler. ‘Waar zit de pijn, welke handelingen gaan mis, wat hebben ze zelf al geprobeerd? Zo kom je samen tot iets dat echt werkt.’

Leren van elkaar
TINT deelt die kennis actief met andere regio’s en publiek-private samenwerkingen. ‘Mijn belangrijkste tip?’ vraagt Scheijbeler. ‘Begin klein, maar begin. Wacht niet op beleid of subsidies, maar start met één bedrijf, één vraag, één persoon. Als het werkt, groeit het vanzelf.’
Toch is dat eenvoudiger gezegd dan gedaan. ‘Veel bedrijven zijn druk met de waan van de dag,’ zegt ze. ‘Ze willen wel, maar vinden het moeilijk om tijd en ruimte te maken voor iets nieuws. Pilots kosten tijd, begeleiding vraagt aandacht en niet elk resultaat is direct zichtbaar. Dat maakt het spannend. Maar als je nooit begint, verandert er ook niets. ’Om die verandering te versnellen, verzamelt TINT vijfentwintig best practices per jaar, voorbeelden van bedrijven die laten zien dat inclusieve innovatie werkt. ‘We zetten ze bewust in het zonnetje. Van schoonmaakrobots tot vertaaltechnologie, van nieuwe werkinstructies tot aangepaste werkplekken. Juist door die verhalen te delen, laten we zien dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn. Succes is besmettelijk.’

De kracht van studenten
Studenten spelen bij dit alles een sleutelrol. ‘Zij geven ons slagkracht,’ aldus Scheijbeler. ‘We hebben continu een team van acht tot vijftien studenten, van mbo tot universiteit. Zij brengen snelheid, frisse ideeën en energie.’
Binnen TINT werken studenten werktuigbouwkunde of mechatronica samen met studenten toegepaste psychologie of human resource management, zodat techniek en menskant elkaar vanaf het begin versterken.
Studenten lopen stage en voeren afstudeerprojecten en kortlopende onderzoeken uit bij bedrijven. Daarbij gebruiken ze altijd het Human-Centered Design model, legt Scheijbeler uit. ‘We starten met co-creatie: iedereen aan tafel, samen bedenken, samen bouwen. En dat werkt. Ja, iedereen kan daaraan bijdragen. Zelfs mensen die verbaal minder goed zijn, denken graag mee. Als je de moeite neemt om te luisteren, krijg je verrassend scherpe ideeën terug.’

TINT Apeldoorn. Overlegsituatie met Lisanne Scheijbeler in het midden.

Voorbij de vooroordelen
TINT laat zien dat veel beperkingen niet bij mensen zitten, maar in hoe werk is georganiseerd. ‘We merken dat sommige bedrijven nog steeds zoeken naar dat schaap met vijf poten,’ zegt Scheijbeler. ‘Ze willen perfect passende kandidaten, in plaats van te kijken hoe het werk zelf aangepast kan worden.’
Toch ziet ze beweging. Ze vertelt over Hanos Apeldoorn, dat aarzelend begon met een paar Harrie Helpt-trainingen voor medewerkers die collega’s met een beperking zouden begeleiden. ‘Nu hebben ze meerdere mensen uit de sociale werkvoorziening in dienst,’ zegt Scheijbeler. ‘En ze hebben er geen spijt van.’ Het geheim zit volgens haar in houding. ‘Als je iemand in je team hebt met autisme, een gehoorbeperking of iets dergelijks, dan moet je anders communiceren, anders plannen, anders kijken. Dat lijkt ingewikkeld, maar het maakt teams juist sterker.’

Drijfveer en horizon
Wat haar persoonlijk drijft, is glashelder. ‘Ik geloof dat iedereen een verhaal heeft,’ zegt Lysanne Scheijbeler. ‘Iedereen heeft talenten die tot bloei komen als je er oog voor hebt.’
Haar stip op de horizon is even praktisch als ambitieus. ‘Ik hoop dat sociale werkvoorzieningen er straks alleen nog zijn voor mensen die even moeten herijken. En dat iedereen die wil meedoen, een plek vindt die past bij zijn of haar talent. Niet omdat iemand hem of haar ruimte gunt, maar omdat het normaal is geworden om werk aan te passen aan mensen in plaats van andersom.’
Ze denkt even na en voegt toe: ‘Echte inclusie begint niet met regels of beleid. Het begint met de vraag: wie mis ik nog aan tafel?’

Lysanne Scheijbeler - ©AGDB