De telefoon gaat. Een melding komt binnen, een hulpmiddel hapert. Ogenschijnlijk klein, maar genoeg om een werkdag te laten kantelen. In veel zorgteams is dit dagelijkse realiteit. Technologie levert (nog) niet vanzelf rust op. Integendeel. ‘Ongeplande zorg bepaalt je hele dag,’ zegt Diane Brons, projectleider zorgtechnologie bij STMG Thuiszorg. In dat spanningsveld tussen belofte en praktijk werkt Tech@doptie. Niet met snelle oplossingen, maar met de vraag hoe technologie optimaal landt in werk, organisatie en taken.
De noodzaak om technologie in te zetten is onmiskenbaar. De zorgvraag groeit, cliënten wonen langer thuis en teams staan structureel onder druk. Digitale ondersteuning is geen extraatje meer, maar een randvoorwaarde om zorg overeind te houden. Tegelijkertijd blijkt de reflex om technologie simpelweg ‘in te voeren’ zelden te werken. ‘We zien het telkens weer,’ zegt Brons. ‘Er wordt iets aangeschaft met de beste bedoelingen, maar niemand staat echt stil bij wat het betekent voor het dagelijkse werk. Wie pakt een melding op? Wie is verantwoordelijk? Wat doe je als het niet werkt?’
Binnen STMG is die spanning herkenbaar. Als zorgorganisatie én samenwerkingspartner binnen Tech@doptie brengt STMG bewust die praktijkvragen in. Niet als organisatie die het antwoord al heeft, maar als partij die wil begrijpen waarom adoptie stokt. ‘Als je technologie boven op het werk legt, creëer je alleen maar extra ruis,’ aldus Brons. ‘Dan schuift de onrust door naar het team. Adoptie begint bij begrijpen wat technologie bij mensen losmaakt.’

Diane Brons ©AGDB
Eerst kijken, dan kiezen
Tech@doptie begint daarom niet bij de oplossing, maar bij observatie. Wat gebeurt er echt op de werkvloer? Waar gaat tijd verloren? Waar ontstaat onrust? Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het zelden. ‘In gesprekken gaat het vaak al snel over wat er ontbreekt,’ zegt Jeltje Kok, als onderzoeker verbonden aan Rijn IJssel – Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ‘Maar veel belangrijker is wat er al gebeurt. Hoe mensen improviseren. Welke omwegen ze nemen om het werk toch gedaan te krijgen.’ Daar zit volgens Kok de sleutel. ‘Technologie faalt zelden omdat ze niet kan wat ze belooft. Ze faalt omdat niemand het gesprek voert over wat ze vraagt van mensen, van teams en van taken.’ Door eerst te kijken en te luisteren, ontstaat ruimte om scherpere keuzes te maken. Niet alles tegelijk. Niet groter dan nodig. Maar wel passend bij het werk.
Adoptie is geen implementatie, maar een leerproces
Drie lijnen, één beweging
Die manier van werken krijgt binnen Tech@doptie vorm langs drie samenhangende lijnen, die in de praktijk voortdurend in elkaar overlopen. Eerst ontdekken. Zorgorganisaties brengen hun dagelijkse realiteit in: verstoringen, vragen en twijfels. Niet om ze direct op te lossen, maar om ze zichtbaar te maken. ‘Dat vraagt soms vertraging,’ zegt Kok. ‘Even niet meteen door naar de oplossing, maar blijven bij wat er wringt.’
Dan leren. Niet in de klas, maar in en rond het werk. Zorgprofessionals, studenten en docenten werken met echte situaties en bespreken wat technologie betekent voor het beroep. Kok: ‘Het gaat niet om knopjes leren bedienen, het gaat om begrijpen hoe je werk verandert.’
Tot slot experimenteren. Technologie wordt uitgeprobeerd in de praktijk, met ruimte om te falen. ‘Juist door klein te beginnen, zie je waar het echt over gaat,’ zegt Brons. ‘En waar je moet bijsturen.’

Wat blijft
Wat deze aanpak zichtbaar maakt, is dat adoptie zelden technisch is. Het gaat over verantwoordelijkheid, eigenaarschap en vertrouwen. ‘Je ziet rollen verschuiven,’ zegt Brons. ‘Wie eerst uitvoerde, moet ineens beslissen. Wie gewend was te reageren, moet nu vooruitdenken. Dat is spannend. Maar als je dat niet bespreekt, blijft technologie iets van “erbij”.’
Binnen Tech@doptie worden die gesprekken expliciet gevoerd. Niet om weerstand weg te nemen, maar om die serieus te nemen. ‘Twijfel is geen probleem,’ zegt Kok, ‘het is informatie.’
Tech@doptie is nadrukkelijk geen project met een begin en een eind. Het is een manier van werken die blijft bewegen. Inzichten uit de ene organisatie worden gedeeld met andere partners. Onderwijs neemt ervaringen mee terug de klas in. Zorgorganisaties scherpen hun vragen aan. ‘We leren net zo hard als de zorgorganisaties,’ zegt Kok. ‘Dat is ook de kracht van deze samenwerking.’ Voor Brons zit de winst niet in één geslaagde toepassing, maar in wat blijft. ‘Teams worden scherper. Ze durven vragen te stellen. En ze zien technologie niet langer als iets dat hen overkomt, maar als iets waar ze invloed op hebben.’
Misschien is dat wel de kern van technische adoptie in de zorg: niet de belofte van minder werk, maar de mogelijkheid om het werk opnieuw begrijpelijk te maken. Zodat technologie niet langer de dag bepaalt, maar ruimte schept om zorg te leveren zoals die bedoeld is.