29 januari 2026

Het Nationaal Groeifonds: investeren in innovatie én mensen

Nederland zit midden in grote maatschappelijke transities. Digitalisering, de energietransitie, verduurzaming, een veranderende arbeidsmarkt en nieuwe technologische sectoren vragen om voortdurende innovatie. Maar innovatie alleen is niet genoeg. Zonder voldoende mensen met de juiste vaardigheden blijft vernieuwing steken in plannen en pilots. Precies daarom is het Nationaal Groeifonds zo’n essentiële bouwsteen voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Het fonds investeert niet alleen in baanbrekende innovaties, maar ook in de randvoorwaarden die nodig zijn om die innovaties daadwerkelijk te laten landen en door te laten groeien in economie en samenleving.

Sinds de start in 2020 heeft het Nationaal Groeifonds € 11 miljard geïnvesteerd in 50 doorbraakprojecten op twee terreinen: kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. De scope van de projecten is breed: van duurzame energie en waterstoftechnologie tot medische innovaties en slimme productiesystemen. Van digitale infrastructuur en toekomstbestendige mobiliteit tot circulaire economie.
Dit portfolio laat zien dat het Groeifonds niet alleen nieuwe sectoren stimuleert, maar óók bestaande sectoren versterkt. Het fonds kiest daarbij nadrukkelijk voor samenhang tussen technologie, talent en toepassing.

De uitdaging: van idee naar impact
Nederland doet het internationaal bijzonder goed op het gebied van fundamenteel onderzoek en technologische innovatie. Universiteiten, hogescholen en kennisinstellingen behoren tot de internationale top. De uitdaging zit niet in het bedenken van innovaties maar in het toepassen en opschalen daarvan. Opschaling blijft achter, vooral richting mkb, de ruggengraat van de Nederlandse economie. Dat heeft diverse oorzaken, waarvan talentontwikkeling een van de belangrijkste is. De arbeidsmarkt is al krap; de vraag naar nieuwe vaardigheden groeit sneller dan het aanbod. Daarnaast sluiten onderwijs en scholing nog onvoldoende aan op technologische ontwikkelingen, waardoor nieuwe kennis te laat in opleidingen terechtkomt.

Zonder de juiste kennis en vaardigheden komen nieuwe technologieën niet verder dan het lab of de pilotfase. Innovatie vraagt daarom niet alleen technologische kennis, maar ook om vaardigheden voor toepassing, samenwerking en verandermanagement.  Daarbij speelt Leven Lang Ontwikkelen een cruciale rol. Juist omdat technologie en werk voortdurend veranderen, is het noodzakelijk dat werkenden zich blijven ontwikkelen en nieuwe vaardigheden kunnen opdoen gedurende hun loopbaan. Daarom investeert het Nationaal Groeifonds naast innovatie ook expliciet in Human Capital.

‘We investeren niet alleen in technologie, maar ook in mensen. Zonder talent, geen verdienvermogen.’ – Jacob van der Waarden, directeur Nationaal Groeifonds

Cruciale rol voor ecosystemen die innovatie mogelijk maken
Om van innovatiekracht naar impact te komen, is meer nodig dan geld en losse projecten: een samenhangend netwerk van bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden, kennisorganisaties en maatschappelijke partners die gezamenlijk werken aan innovatie én talentontwikkeling. In zo’n ecosysteem zijn rollen, verantwoordelijkheden en kennisstromen met elkaar verbonden: onderzoek voedt het onderwijs, onderwijs voedt de arbeidsmarkt, de arbeidsmarkt voedt innovatie, en overheid en regio creëren de voorwaarden voor samenwerking.

De projecten van het Nationaal Groeifonds zijn precies op deze manier ingericht. Het fonds onderstreept dat het vermogen om te vernieuwen net zo belangrijk is als de vernieuwing zelf. Via de projecten investeren we niet alleen in technologie of kennis, maar in het hele systeem eromheen: in mensen, in samenwerking, in infrastructuur en in regionale structuren. Daardoor ontstaan duurzame netwerken waarin innovaties daadwerkelijk kunnen worden toegepast, opgeschaald en behouden en waarin talentontwikkeling en innovatie elkaar versterken. Dit onderstreept dat economische groei niet ontstaat door geld alleen, maar door te investeren in de ecosystemen die innovatie mogelijk maken.

Natuurlijk: de meeste Groeifondsprojecten lopen over meerdere jaren. De effecten worden pas, zoals dat gaat met innovaties en doorbraken, na verloop van tijd zichtbaar. De tussentijdse evaluatie van het ministerie van Economische Zaken begin 2025 laat zien dat het Nationaal Groeifonds een waardevol instrument is om langdurige, innovatieve investeringen mogelijk te maken. De evaluatie concludeert dat de opzet, governance en beoordelingssystematiek in de basis goed functioneren. Zo laat de evaluatie zien dat projecten steeds vaker gezamenlijk worden ingericht door bedrijven, onderwijsinstellingen en regionale overheden, waarbij ook de betrokkenheid van mkb-bedrijven in toenemende mate onderdeel is van projectopzet en uitvoering, dat kennisdeling tussen projecten toeneemt en dat in meerdere regio’s duurzame samenwerkingsstructuren ontstaan rond innovatie en talentontwikkeling. Dit zijn duidelijke aanwijzingen dat het fonds bijdraagt aan betere samenwerking, kennisopbouw en het versterken van ecosystemen — voorwaarden die essentieel zijn voor toekomstige impact.

‘Door vanuit arbeidsmarkt én technologie samen te werken, versterken we de impact van bijna vijftig miljoen euro aan projecten. Dat is echt een regionale groeimotor.’ – Ferdinand van Kampen, regionaal programmaleider / ecosystemen

De bouwstenen van een sterk ecosysteem
Het Nationaal Groeifonds investeert dus niet alleen in projecten, maar in een nieuwe manier van samenwerken. Dit robuuste ecosysteem heeft de bouwstenen die het fundament vormen van het toekomstige verdienvermogen van Nederland.

Een sterke driehoek van werken–leren–innoveren
Samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid vormt de kern van bijna alle Groeifondsprojecten. Hiermee wordt kennisontwikkeling verbonden met de arbeidsmarkt en innovatie met de praktijk.
Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om het verbinden van gescheiden systemen, maar om het gezamenlijk vormgeven van werken, leren en innoveren, waarbij formeel onderwijs, praktijkleren en informeel leren steeds meer in elkaar grijpen. De projecten laten zien dat dit niet slechts theorie is, maar goed werkende realiteit.

Talentontwikkeling in de volle breedte
Talentontwikkeling gaat veel verder dan het vergroten van de instroom in technische opleidingen. Het omvat ook onderwijsvernieuwing, praktijkgericht onderzoek, een sterke focus op Leven Lang Ontwikkelen, informele leerprocessen op de werkvloer en het ontwikkelen van vaardigheden voor implementatie, leiderschap en effectief verandermanagement. Juist deze brede benadering zorgt ervoor dat innovaties niet alleen worden bedacht, maar ook daadwerkelijk kunnen worden toegepast en opgeschaald.

Ketensamenwerking in het onderwijs
Innovatie vraagt fundamenteel en praktijkgericht onderzoek valorisatie én vakmanschap in de uitvoering. In de praktijk vervagen de grenzen tussen de onderwijsniveaus en werk steeds meer.

Regionale strategie en leiderschap
Regio’s verschillen in economische structuur, sectorale kansen en arbeidsmarktvraag. Er is regionale sturing en leiderschap nodig om keuzes te maken. Waarop richten we ons? Welke innovaties hebben prioriteit en welke skills en kennis zijn hiervoor nodig? Welke partners zijn cruciaal? Zonder zulke keuzes is de kans op versnippering groot. Regionale strategie en leiderschap versterken de relevantie en aansluiting op de lokale arbeidsmarkt.

Ondersteunende infrastructuur
Ondersteunende infrastructuur is essentieel om echte doorbraken mogelijk te maken. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke voorzieningen zoals experimenteerruimte, living labs en onderzoeks- en opleidingsfaciliteiten, maar ook om de beleidsinstrumenten, governance- en coördinatiestructuren en regionale investeringsplannen die samenwerking mogelijk maken. Het Groeifonds investeert daarom niet alleen in innovaties zelf, maar ook in deze cruciale randvoorwaarden.

Inclusiviteit: ook het mkb meenemen
Het mkb speelt een centrale rol bij het creëren van impact en vormt in veel sectoren de basis van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. De Groeifondsprojecten zijn zo opgezet dat het midden- en kleinbedrijf actief wordt betrokken en mede uitgangspunt vormt bij de inrichting van projecten en samenwerkingen. En dat is cruciaal, want het mkb is vaak regionaal verankerd en kwetsbaar voor talenttekorten.

Van losse projecten naar synergie
Met 50 projecten is de kans op versnippering groot. Daarom is sturing, afstemming en kennisdeling cruciaal. Het Nationaal Groeifonds heeft die beweging ingezet door projecten te verbinden, vergelijkbare vraagstukken te bundelen en samenwerking tussen regio’s te stimuleren.

De stip op de horizon: 2030
In aanloop naar 2030 is de verwachting dat Nederland structureel meer gaat investeren in onderzoek, ontwikkeling en talent. Het Nationaal Groeifonds fungeert daarbij als katalysator voor een toekomstbestendig innovatiesysteem waarin technologie én mens centraal staan. De komende jaren draait het om verzilveren van deze investeringen: door projecten beter te verbinden, innovaties sneller toe te passen en regionale ecosystemen beter te verankeren. Ook wordt toegewerkt naar een structurele verbinding tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid, zodat de lijnen tussen leren, werken en innoveren kort blijven. Dat is nodig om innovatie duurzaam te verankeren in de economie en samenleving. Met het Groeifonds bouwen we niet alleen aan nieuwe technologieën, maar vooral aan het vermogen van Nederland om zich aan te passen, te vernieuwen en vooruit te kijken. Zo ontstaat een veerkrachtige economie die klaar is voor de volgende fase: een economie die groeit op basis van kennis, innovatie en talent.