Voor sommige doelgroepen is de doorstroom naar de arbeidsmarkt een lastige opgave. Door verschillende uitdagingen kan is het niet altijd vanzelfsprekend om een baan te vinden. Mensen spreken bijvoorbeeld de taal slecht, hebben beperkt onderwijs gehad of hebben om een andere reden een afstand tot de arbeidsmarkt. De provincie Noord-Holland en de regio Noord-Holland Noord hebben daarom een aantal organisaties bij elkaar gebracht en gevraagd om deze doelgroepen te helpen en te begeleiden. Hieruit ontstond de publiek-private samenwerking EntreeNH, waarbij de naam entree verwijst naar het entree onderwijs. Bedrijven, de overheid en onderwijsinstellingen werken hierin samen om de arbeidsmarktpositie van deze brede doelgroepen duurzaam te verbeteren. Projectleider Martijn Grosmann vertelt met veel begeestering hoe EntreeNH dit aanpakt, wat de successen zijn en waar de uitdagingen liggen.
Allereerst geeft Grosmann enige toelichting over de doelgroep waar EntreeNH zich voor inzet. Die groep groeit namelijk, en dat komt door de komst van veel nieuwe Nederlanders zoals statushouders en asielzoekers. Mensen die graag in Nederland willen verblijven en scholing nodig hebben om de stap naar de arbeidsmarkt van maken. Een school als het Talland College is enorm gegroeid in het aantal klassen met anderstalige studenten. Hoewel het totaal aantal studenten daar daalt, groeit deze doelgroep juist enorm. Maar, zo benadrukt Grosmann, het gaat niet alleen over nieuwe Nederlanders maar ook over jongeren met lage cognitie of met een gedragsstoornis. Die groep heeft bijvoorbeeld moeite met het verwerken van informatie of het tonen van gewenst gedrag. Daarom hebben zij ook moeite om een baan vast te houden als ze eenmaal op de arbeidsmarkt komen.’
Niet concurreren maar samen bouwen
EntreeNH heeft een duidelijk doel en een duidelijke doelgroep, maar de samenwerking goed faciliteren bracht nog wel enige uitdagingen met zich mee. Maar dat is precies ook wat het werken met het Manifest Werken en Ontwikkelen 2030 zo fijn maakt, aldus Grosmann. ‘Het Manifest zorgde ervoor dat alle verschillende partners samen werden gebracht. Maar elke partner heeft een eigen beleid, eigen doelen en een eigen taal. We moesten dus echt met elkaar om tafel om elkaar ook beter te begrijpen, elkaars karakter te leren kennen en ook te zien waar de grenzen aan iemand deelname zaten.’ Belangrijk hierbij was om de belangen en doelstellingen op één lijn te krijgen. Oftewel, niet voor individuele baten bij eigen commerciële doelstellingen, maar voor het grotere belang. Doordat alle verschillende partijen zich op deze manier opstelden, ontstonden er praktische mogelijkheden om de jongeren effectief te kunnen begeleiden met bijvoorbeeld zij-instroomtrajecten en externe leerwerklocaties.
Voorschakeltrajecten
De werkwijze van EntreeNH betekent soms wat buiten de gebaande paden denken, en daar zijn de zij-instroomtrajecten in de technieksector een goed voorbeeld van. Deze trajecten worden financieel ondersteund door de provincie en zorgen ervoor dat mensen via een kennismakingsprogramma zich kunnen ontwikkelen binnen de techniek. ‘Dat is juist bedoeld voor de mensen die zich in een schoolse setting slecht staande weten te houden’, legt Grosmann uit. Deze zogenoemde voorschakeltrajecten duren ongeveer 13 weken, en deze periode wordt voor verschillende zaken benut. ‘Naast de concrete werkervaring binnen een bedrijf krijgen deelnemers ook lessen in basisvaardigheden. Ze trainen in het beheersen van continuïteit van vakvaardigheden en komen er zo achter wat ze wel of niet begrijpen en waar ze moeite mee hebben. Ook kijkt men naar veiligheidseisen, zoals het behalen van certificaten.’ Het resultaat van deze voorschakeltrajecten is dat het maatwerk biedt voor een vervolgtraject.

Blijvende steun voor blijvende kansen
Het team kijkt naar perspectief en cognitie en bepaalt zo welke scholings- en ondersteuningsbehoefte per deelnemer nodig is. Op basis hiervan worden binnen het EntreeNH programma verschillende projecten opgezet. ‘Zo’n project bestaat dan uit een aantal partners, bijvoorbeeld het UWV, de gemeente, onderwijs en bedrijfsleven, die om tafel gaan en voor een afgesproken periode een afgesproken aantal mensen naar een bepaalde sector leiden.’ Grosmann geeft hierbij een mooi voorbeeld van medewerkers die voor natuurbeheer in de duinen bij Bakkum en Castricum bij PWN werken. ‘Die jongens leren werken in de duinen onder begeleiding van een groene jobcoach. Zij voelen zich prettig omdat ze geen last hebben van de prikkels van de stad.’
Kennis verspreiden en kennis uitwisselen
EntreeNH is een eindig project, maar Grosmann en zijn team zetten zich volop in om hun inspanningen duurzaam te laten zijn. De campusvorming met leerwerklocaties zijn hier een goed voorbeeld van. ‘Die kleine campussen buiten het onderwijs willen we mee blijven doorgaan, waar studenten in de praktijk leren.’ Daarnaast zet het team vol in op kennisdeling, zodat de kennis gewaarborgd blijft wanneer EntreeNH tot een eind komt. Hiervoor wordt een practoraat opgericht, een soort lectoraat voor het MBO dat als kenniskring fungeert. Maar daar blijft het niet bij, want Grosmann heeft ook de EntreeNH Academie opgericht. ‘Dat klinkt stoer, maar je moet het zien als een bonte verzameling van goede trainingen, cursussen, masterclasses en bijeenkomsten. Op die manier faciliteren we dat professionals onderling kennis kunnen uitwisselen.’ Dat hier veel behoefte aan is, bleek tijdens een tweedaagse die eerder dit jaar in Egmond aan Zee werd georganiseerd. ‘We rekenden op 100 mensen maar het werden er wel 300. Je merkt echt dat docenten het leuk vinden om bij elkaar in de keuken te kijken. En iedereen vindt het leuk om over het eigen werk te praten.’ Op die manier hoopt het team de successen van EntreeNH voort te zetten, al zijn die vorderingen zeker niet altijd vanzelfsprekend. ‘De grootste uitdaging blijft het investeren in je netwerk, in het ecosysteem. Zeker als het gaat om je partners buiten de eigen organisatie of sector. We moeten op elkaar kunnen vertrouwen, en elk jaar weer nadenken of je het begrip samenwerken goed op het netvlies hebt.